Box 3 belasting op beleggen in 2026: wat verandert er en hoe reken je het uit?
Box 3 blijft in 2026 het meest verwarrende onderdeel van de aangifte voor beleggers. Forfaitaire rendementen, een tegenbewijsregeling die nog niet iedereen kent, en een aangekondigd nieuw stelsel dat alwéér is uitgesteld. We zetten de regels, de bedragen en de rekensom op een rij.
Wat is box 3 ook alweer?
Box 3 is de belasting op inkomen uit sparen en beleggen. Anders dan inkomen uit werk (box 1) of aanmerkelijk belang (box 2) kijkt box 3 niet naar wat je écht hebt verdiend, maar naar een forfaitair rendement: een door de overheid vastgesteld percentage waarvan wordt aangenomen dat je dat rendement haalt op je vermogen.
Voor beleggers betekent dit: je betaalt belasting op een geschat rendement, ook als de markt dat jaar onderuit ging. Sinds een uitspraak van de Hoge Raad (Kerstarrest 2021 + vervolgarresten) is het stelsel meermaals aangepast, en sinds juni 2025 is er een tegenbewijsregeling waarmee je het werkelijke rendement mag aantonen.
De cijfers voor 2026 in één tabel
| Onderdeel | 2025 | 2026 (verwacht) |
|---|---|---|
| Tarief box 3 | 36% | 36% |
| Heffingsvrij vermogen (alleenstaand) | € 57.684 | ≈ € 58.000-€ 59.000 |
| Heffingsvrij vermogen (fiscale partners) | € 115.368 | ≈ € 116.000-€ 118.000 |
| Forfait beleggingen (incl. crypto, vastgoed niet-EW) | 5,88% | Wordt voorjaar 2027 definitief |
| Forfait spaargeld | ≈ 1,44% (definitief begin 2026) | Wordt begin 2027 vastgesteld |
| Forfait schulden | 2,62% | Wordt voorjaar 2027 definitief |
| Tegenbewijsregeling | Ja, sinds juni 2025 | Ja, blijft gelden |
| Nieuw stelsel werkelijk rendement | Uitgesteld | Mikrichting 2028 |
Bedragen voor 2026 zijn deels indicatief; definitieve heffingsvrije vermogens en forfaits worden vastgesteld in het Belastingplan (najaar) en achteraf (begin 2027). Raadpleeg altijd de Belastingdienst voor je definitieve aangifte.
Zo reken je het zelf uit (forfaitaire methode)
De forfaitaire berekening gaat in vier stappen. We gebruiken in dit voorbeeld de bekende parameters van 2025 als ijkpunt; vervang ze door de definitieve 2026-percentages zodra die gepubliceerd zijn.
- Bepaal je vermogen op 1 januari. Tel spaargeld, beleggingen, crypto, tweede woning en schulden bij elkaar (schulden trek je af).
- Trek het heffingsvrij vermogen ervan af. Wat overblijft is je belastbare grondslag.
- Bereken het forfaitaire rendement per categorie. Spaargeld krijgt het lage forfait, beleggingen het hoge forfait, schulden mag je tegen het schuldenforfait aftrekken.
- Vermenigvuldig met 36%. Dat is je box 3-heffing.
Situatie: alleenstaande, 1 januari 2026: €30.000 spaargeld + €100.000 in een wereld-ETF, geen schulden.
- Totaal vermogen: €130.000
- Min heffingsvrij vermogen (~€58.000): grondslag = €72.000
- Aandeel spaargeld: 30/130 = 23% → grondslag spaar = €16.560 × 1,44% ≈ €238
- Aandeel beleggingen: 100/130 = 77% → grondslag belegging = €55.440 × 5,88% ≈ €3.260
- Totaal voordeel uit sparen en beleggen: ≈ €3.498
- Box 3-heffing: €3.498 × 36% ≈ €1.259
Effectief betaal je hier circa 1% van je totale vermogen per jaar, op het beleggingsdeel alleen komt het neer op ongeveer 2,1%.
De tegenbewijsregeling: wanneer is het de moeite waard?
Sinds juni 2025 mag je via het formulier Opgaaf werkelijk rendement aantonen dat je werkelijke rendement lager was dan het forfaitaire. Doe je dat succesvol, dan wordt je box 3-heffing herberekend op basis van dat werkelijke rendement, vaak met een forse teruggaaf.
Werkelijk rendement omvat:
- Ontvangen rente, dividend en huurinkomsten
- Gerealiseerde koerswinsten (verkopen tegen winst of verlies)
- Ongerealiseerde waardeveranderingen (verschil 1 jan vs. 31 dec)
- Minus aftrekbare kosten (bijv. rente op box 3-schulden)
De regeling is vooral interessant in jaren met negatieve of magere koersontwikkeling, bijvoorbeeld 2022, of toekomstige correctiejaren. In een sterk beursjaar is het forfait juist gunstig en wil je géén tegenbewijs leveren.
Vijf veelgemaakte fouten
- Crypto vergeten. Bitcoin, Ethereum en stablecoins tellen volledig mee als beleggingen tegen het hoge forfait. Een vergeten wallet is een navorderingsrisico.
- Buitenlandse rekeningen niet aangeven. Trade Republic (DE), Interactive Brokers (IE) en revolut-saldi vallen óók onder box 3. De Belastingdienst krijgt deze data via internationale uitwisseling automatisch.
- Tegenbewijs te laat indienen. Je kunt tegenbewijs leveren tijdens de aangifte of na een definitieve aanslag, maar er gelden termijnen. Wacht niet tot het jaar erna.
- Peildatum-arbitrage onderschatten. Een grote storting op 30 december en een opname op 2 januari tellen volledig mee voor het hele belastingjaar. Plan grote bewegingen rondom de peildatum bewust.
- Schulden niet correct meenemen. Box 3-schulden (consumptief krediet, broker-marginlening) zijn aftrekbaar tegen het schuldenforfait, maar alleen boven een drempel. Studieschulden en hypotheek eigen woning vallen elders.
Wat verandert er in 2026 vs. 2025?
De grote lijnen blijven gelijk: forfaitair stelsel, 36% tarief, tegenbewijsregeling. De belangrijkste mutaties:
- Heffingsvrij vermogen wordt licht geïndexeerd , enkele honderden euro's hoger dan in 2025.
- Forfaitaire percentages worden opnieuw vastgesteld op basis van marktdata; het spaarforfait volgt de gemiddelde spaarrente, het beleggingsforfait een 15-jaars marktrendement.
- Het nieuwe stelsel op werkelijk rendement is opnieuw uitgesteld, nu richting 2028. De Tweede Kamer en de uitvoeringscapaciteit van de Belastingdienst zijn de bottlenecks.
- Tegenbewijs blijft het belangrijkste instrument voor beleggers in een tegenvallend jaar. Documenteer rendementen, transactiekosten en dividenden zorgvuldig.
Conclusie
Box 3 in 2026 is geen revolutie, maar evolutie: hetzelfde stelsel als 2025, met nieuwe forfaitpercentages en een geïndexeerd heffingsvrij vermogen. De tegenbewijsregeling is je belangrijkste hefboom in slechte beursjaren, en de peildatum van 1 januari je belangrijkste planningsmoment.
Reken jaarlijks je effectieve box 3-druk uit (heffing ÷ totaal vermogen). Komt die boven de 1,2% bij een normaal beursjaar, dan loont het om je vermogensverdeling, schulden en peildatum-keuzes tegen het licht te houden. Voor wie écht actief belegt, kan een goede boekhouding van werkelijke rendementen jaarlijks honderden tot duizenden euro's schelen.
Houd je rendement, en je belasting, in één overzicht
Probeer WhatsNext 14 dagen voor €1. Live portfolio-tracking, dividendoverzicht en het rendementsinzicht dat je nodig hebt voor een correcte aangifte en eventueel tegenbewijs.
Probeer 14 dagen voor €1Beleggen kent risico's. Educatief, geen persoonlijk advies.
Lees ook
Veelgestelde vragen
Hoeveel box 3-belasting betaal ik in 2026 over mijn beleggingen?
In 2026 blijft het tarief in box 3 36%. Voor beleggingen (aandelen, ETF's, crypto, vastgoed niet zijnde de eigen woning) geldt een forfaitair rendementspercentage dat de Belastingdienst jaarlijks vaststelt; voor 2025 was dat circa 5,88%. De effectieve heffing op beleggingen komt daarmee neer op ongeveer 2,1% van het belegde vermogen per jaar, boven het heffingsvrij vermogen.
Wat is het heffingsvrij vermogen in 2026?
Het heffingsvrij vermogen wordt jaarlijks geïndexeerd. In 2025 was het €57.684 per persoon (€115.368 voor fiscale partners). Voor 2026 wordt een vergelijkbaar bedrag verwacht; de definitieve hoogte staat in het Belastingplan en wordt elk najaar gepubliceerd. Onder dit bedrag betaal je geen box 3-belasting.
Wanneer komt de nieuwe box 3 op werkelijk rendement?
De invoering van het nieuwe stelsel op basis van werkelijk rendement is meerdere keren uitgesteld. De huidige planning mikt op 2028. Tot die tijd geldt het forfaitaire stelsel, mét de tegenbewijsregeling: als je werkelijke rendement aantoonbaar lager was, mag je daarover belasting betalen in plaats van over het forfait.
Hoe werkt de tegenbewijsregeling box 3?
Sinds juni 2025 mag je via een formulier (Opgaaf werkelijk rendement) aantonen dat je werkelijke rendement lager was dan het forfaitaire rendement. Werkelijk rendement = ontvangen rente/dividend/huur + gerealiseerde én ongerealiseerde koerswinsten en -verliezen. Vooral in jaren met koersverliezen kan dit duizenden euro's schelen.
Tellen mijn beleggingen op de peildatum of het hele jaar?
Box 3 kijkt naar de waarde van je vermogen op 1 januari van het belastingjaar. Beleggingen die je in de loop van 2026 koopt of verkoopt tellen pas mee op 1 januari 2027. Dit maakt de peildatum strategisch belangrijk: grote stortingen vlak vóór jaarwisseling verhogen je heffing, grote opnames vlak ervoor verlagen hem.